menu sluiten

Daimler DS420

Daimler DS420

THE QUEEN MUM’S CAR

Datum: 2 augustus 2019   I   Tekst: Lo Bour   I   Fotografie: Guido de Visser

Wanneer je in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw als multimiljonair, staatshoofd, hoogwaardigheidsbekleder of als lid van een koningshuis indruk wilde maken, dan liet je je vervoeren in een Daimler DS420 limousine. Deze Daimler is een begrip op het gebied van comfort en luxe en heel herkenbaar omdat hij vanaf 1968 maar liefst 24 jaar in productie is geweest.

Weinig mensen realiseren zich dat je in 1992 nog een Daimler kon kopen die uitgerust was met de technologie en de XK-motor die zijn oorsprong heeft in de tijd dat auto’s als de E-type, S-type, 420G, 420, Mk2 en XJ Series 1 gemeengoed waren. De DS420 kan daarom met recht het laatste Daimler vlaggenschip worden genoemd, een auto die ontworpen en gebouwd is volgens de oorspronkelijke Engelse traditie van de jaren zestig van de vorige eeuw. De Daimler DS420 is onlosmakelijk verbonden met The Queen Mother (1900-2002) van het Britse koningshuis, zo sterk zelfs, dat The Queen Mum’s Car bekender was dan de aanduiding DS420. Iedereen kent de foto’s waarop de koningin-moeder van Groot-Brittannië in 1970 met glinsterende ogen naar haar eerst bestelde Limousine (car no 1M1559) kijkt in de Vanden Plas fabriek Kingsbury Works in London, waar de auto zijn voltooiing naderde.

De auto is tot op de dag van vandaag in gebruik bij het Deense en Zweedse koningshuis, bij de Groothertog van Luxemburg en uiteraard bij de Britse Royal Mews, de Koninklijke stal bij Buckingham Palace die verantwoordelijk is voor alle reizen over de weg van de Koninklijke familie. Zo’n 900 exemplaren van de Daimler DS420 werden gebouwd om als begrafenisauto dienst te doen. De meest bekende in die rol werd het laatste vervoermiddel van prinses Diana bij haar begrafenis op 6 september 1997.

In Nederland rijden er ongeveer 25 Daimler DS420 Limousines, waarvan drie bij een trouwautobedrijf in Den Haag. Een zestal begrafenisondernemers in ons land biedt een Daimler DS420 als lijkwagen aan voor een ‘last mile in style’.

Gekozen werd voor een limousine die Jaguar zou bouwen, maar wel een Daimler badge zou krijgen. Het werd dus geen ‘proper Daimler’, maar de Daimler DS420 is wel de enige Daimler die door Jaguar is geproduceerd en geen equivalent Jaguarmodel kent.

Om een Daimler uitstraling te realiseren werd een nieuwe body gebouwd die uiteindelijk verdacht veel Jaguar-onderdelen bezat. Veel werd geleend bij het toen grootste Jaguarmodel in productie, de Jaguar 420G. De achteras, de voortrein, de versnellingsbak, de motor, de floorpan, het dashboard, de voorschermen, de bumpers, het elektrisch circuit en de verlichting, alles was afkomstig van de Jaguar 420G. De bodemplaat van de 420G werd met ongeveer 35 cm verlengd, er werd speciaal plaatwerk verwerkt en veel luxe en comfort werd toegevoegd.

Deze aanpak zorgde voor een efficiënte en relatief goedkope productie van de nieuwe limousine. Jaguar adverteerde nadrukkelijk met de zin ‘Every effort is made to meet individual requirements’. De prijslijst somde een lange reeks opties op en er stond vermeld dat alleen de opties die het meest werden gevraagd waren opgenomen. De miljardair Howard Hughes bestelde een DS420 met een toilet onder de achterbank. Als promotiemodel werd in 1984 een auto zelfs uitgerust als Executive Limousine met een mobiele telefoon, een fax en twee tekstverwerkers waarvan er één in een vergroot handschoenenkastje was ingebouwd. Andere interessante opties van de limousine waren het elektrisch uitschuifbare treetje voor The Queen Mum en de speciale hendel waaraan ze zich kon vasthouden bij het uitstappen. Weer een andere meer verreikende optie was de limousine die als landaulette geleverd kon worden: met een neerklapbare kap boven de achterbank. Dat verdubbelde wel de prijs en er zijn er maar twee van gemaakt.

Eén van de twee werd in 1973 gebouwd voor de Gouverneur Generaal van West-Indië. In deze grijze limousine met blauwleren bekleding werd Queen Elizabeth tijdens haar staatsbezoek aan Jamaica enigszins ‘luchtig’, dat wil zeggen met de achterkant van het dak naar beneden, rondgereden. Omdat verhuurbedrijven, begrafenisondernemers en grote hotels de belangrijkste afnemers van de nieuwe limousine waren, hebben de meeste exemplaren geen extravagante opties.

Op 11 Juni 1968 was het zover: de eerste Daimler DS420 limousine rolde uit de werkplaats van Vanden Plas, Kingsbury in Noord-Londen.

Bij Park Sheet Metal in Coventry waren chassis en body tot in de grondverf klaargemaakt als body in white. Vanden Plas deed vervolgens het interieur en de afwerking. Door de gebruikte techniek van Jaguar was de DS420 een zeer comfortabel rijdende auto geworden. Het was ook een limousine van immense afmetingen geworden met een lengte van 5,74 meter, een breedte van 1,97 meter, een hoogte van 1,61 meter, een wielbasis van 3,58 meter en een gewicht van 2350 kg. Dit alles, aangedreven door een 4,2 Liter XK motor met twee SU carburateurs, versnelde in 14 seconden van 0 naar 100 km/uur en kende een maximumsnelheid van 160 km/uur. Het benzineverbruik was zo’n slordige 18 liter per 100 km.

De Daimler DS420 werd uitsluitend geleverd met een automatische versnellingsbak. Aanvankelijk was dat een Borg Warner model 8; later werd dat een BW10, en nog weer later een GM400. De wagen had voor zijn tijd de grootste kofferbak en de ruimste zitplaatsen. Het achterste deel was als het ware een kleine zitkamer, een koningin van Groot Britannië meer dan waardig. Mijn rijervaring achter in dit luxueuze vervoermiddel tijdens de fotoshoot heb ik als bijzonder prettig ervaren. Het gewicht van de limousine in combinatie met de aangepaste vering strijkt elke oneffenheid in de weg moeiteloos glad. Maar de wagen is niet volledig geruisloos. Zo staat de limousine bekend om een nogal lawaaierig differentieel en om het hinderlijke windgeruis van de ramen.

In vergelijking met andere limousines was de Daimler DS420 met een introductie prijs van £ 4400 redelijk goedkoop, ook al kwam dat bedrag destijds overeen met de prijs van meer dan een dozijn middenklassers. Zo’n 25 jaar later, aan het eind van de productieperiode, was de prijs het tienvoudige geworden.

Jaguar leverde de DS420 ook als drive-away chassis inclusief ophanging en motor. Deze laatste waren bedoeld om op te bouwen als begrafenisauto, maar dat deed Jaguar niet zelf. In 1979 werd de productie van de Daimler DS420 overgeplaatst naar Browns Lane omdat Vanden Plas ophield te bestaan.
Het had niet veel gescheeld of de productie zou kort hierna zijn gestopt als Keith Cambage, Jaguar’s director of limousine operations, niet een goed woord had gedaan bij de toenmalige directeur John Egan. Keith Cambage onderkende de waarde van de speciale groep vaklui die aan de productie van deze bijzondere wagen werkte. Deze kundige mensen zouden later na het stoppen van de productie van de Daimler DS420 niet gemakkelijk te vervangen zijn. Bijzonder is dat, toen in 1992 de productie tóch werd gestopt, de toen aan de Daimler DS420 werkende vaklui zich zouden toeleggen op de zogenaamde Insignia-modellen om van daaruit de ‘Special Vehicle Operation’ groep te gaan vormen. Deze groep speelt op dit moment een belangrijke rol in de herschepping van allerlei legendarische Jaguars volgens fabrieksnormen zoals de E-type lightweights.

Aan de Daimler DS420 is voor altijd de naam van de Britse koningin moeder (1900-2002) verbonden. In het Verenigd Koninkrijk stond de Daimler DS420 niet voor niets bekend als The Queen Mum’s Car. In 1970 kocht zij haar eerste Daimler limousine en na een respectabele 70.000 mijl werd deze in 1978 vervangen door een volledig nieuw exemplaar waarbij de nummerplaat veranderde van NLT1 in NLT2. Door de jaren heen bestelde het koningshuis geregeld nieuwe auto’s. Vaak hadden die limousines de speciale kleuren Royal Claret voor de body, en Baroda Blue voor het interieur. Toen de productie van de Daimler DS420 uiteindelijk stopte, waren drie van de laatste vier geproduceerde auto’s voor het koningshuis en uiteraard één daarvan voor The Queen Mum. De allerlaatst gebouwde Daimler DS420 limousine ging, zoals gebruikelijk voor alle Jaguars, rechtstreeks naar de Jaguar Heritage collectie.

Ook het laatste exemplaar van The Queen Mum ging na haar dood naar Jaguar Heritage.

Het huis van Hendrik-Jan Thomassen is bij aankomst bijna niet te missen. Twee grote zwarte exemplaren van de Daimler DS420 staan voor het huis geparkeerd. Beide waren uit de bij hem in de buurt liggende garageboxen gereden. Hendrik-Jan legt uit dat de ene op dit moment in een goed rijdende conditie verkeert, maar dat van de andere het plaatwerk gerepareerd moet worden. Deze laatste ziet er dan ook niet erg toonbaar uit, maar is wat het interieur betreft juist meer de moeite waard. Voor onze coverstory en de fotoshoot hadden we dus zomaar de beschikking over twee van deze beauty’s.

Hendrik-Jan heeft in 1998 zijn eerste Daimler gekocht en zijn hobby voortvarend aangepakt. Zo heeft hij tien jaar later een tweede Daimler DS420 gekocht, dit omdat het serienummer slechts 2 verschilde met het eerste exemplaar. Tot zijn verrassing bleken zelfs de sleutels identiek te zijn. Maar ook het bekende gezegde dat je twee Jaguars moet hebben als je er altijd minstens een ter beschikking wilt hebben – zelfs al is dat alleen maar voor clubmeetings – was hem in de praktijk van alledag snel duidelijk geworden. Hendrik-Jan had dus een goede reden voor de aanschaf van een tweede exemplaar. Hendrik-Jan is geen echte poetser, maar hij houdt de wagens wel in een goede staat. Daarvoor heeft hij al jarenlang de support van Ben Kolvenbach voor de techniek en het bedrijf van Bart Romijnders, net als Kolvenbach uit Beneden Leeuwen, voor het plaatwerk. Hendrik-Jan is zo enthousiast over zijn Daimlers dat hij zes jaar lang elk jaar een week het archief van de Jaguar Heritage Trust in Coventry en later in Gaydon bezocht om daar de ‘Sales Ledgers’ van de Daimler DS420 te digitaliseren. De archivaris, Anders Clausager, had hem daar destijds persoonlijk voor uitgenodigd. Dit project betekende het overtikken van de handgeschreven informatie van elke tot 1983 verkochte Daimler DS420. Op die manier kreeg Hendrik-Jan ook toegang tot andere in het archief opgeslagen documentatie over de Daimler DS420. Hij heeft daardoor een prachtig fotoboek met zeldzame maar ook meer gangbare persfoto’s van de Daimler DS420 kunnen samenstellen. Bijzonder is ook zijn verzameling Daimler DS420-modellen in allerlei schalen van 1:18 tot 1:148. Door de jaren heen heeft Hendrik-Jan een website aangelegd die hij regelmatig updatet. U begrijpt dus dat we op het goede adres waren aangeland om alle details van de Daimler DS420 te verzamelen.

Tijdens de fotoshoot met de rijdende limousine heb ik het voorrecht om voorin naast de bestuurder Hendrik-Jan te zitten. Voorin is duidelijk de ‘personeelsafdeling’. Hier is weinig beenruimte en alleen het zitvlak en het rugpand van de bank is van leer (de rest van de bank is van sky) en de bank is op geen enkele manier verstelbaar. Er is wel een prachtig mooi notenhout gefineerd dashboard dat uiteraard goed zichtbaar is vanuit de achtercabine. De lay-out van het dashboard is zoals bij de Jaguar 420G. Het is voorin aardig warm, want in dit vroege model uit 1971 is het schutbord nauwelijks warmtewerend. Pas rond 1985 werden de eerste veranderingen doorgevoerd om het comfort van de chauffeur te verbeteren. De wagen stuurt verbluffend eenvoudig en je hebt eigenlijk niet in de gaten dat je ongeveer 2,5 ton staal door de straten manoeuvreert. Een tijdje later wil Guido mijn plaats overnemen omdat hij de chauffeur in actie wil fotograferen. Ik neem dan plaats in de volledig met leer beklede achterbank, hetgeen duidelijk de beste plek in deze limousine is. U leest het goed: bij deze bank zit je niet ‘op’ maar ‘in’. Ik strek uitgebreid de benen en laat alles over me heen komen. Voor mij is het duidelijk dat je bij de aanschaf van zo’n Daimler er ook een chauffeur bij moet hebben. Het scheidingswandje met de ruitjes geven je een heerlijk gevoel van privacy. Jammer dat Guido die privacy komt verstoren. Hij wil namelijk vanuit de achtercabine de gedragingen van Hendrik-Jan en zijn voertuig fotograferen en daarbij moet het glazen ruitje open. Weg privacy! Pardoes vraag ik me af wat de betekenis is van de grote ‘kussens’ die onderaan tegen de tussenwand zijn geplaatst. Misschien speciale voetenwarmers? Ik ben enigszins teleurgesteld als blijkt dat dit twee uitklapbare stoeltjes zijn. Kennelijk wilden de klanten ook af en toe hun kinderen of bedienden meenemen. Guido wordt steeds enthousiaster, want hij ziet dat hij met gemak zijn hele gezin in dit gevaarte kan vervoeren.

In een periode van 24 jaar zijn in totaal 4141 limousines geproduceerd en 903 losse chassis. Door de jaren heen zijn er nogal wat veranderingen aan de wagen aangebracht, waarbij qua uiterlijk de twee upgrades aan de bumper (1976 en 1987) het meest opvallen. De verandering in 1979 van de luchtroosters aan de voorkant van rond naar rechthoekig was ook heel opvallend. Het achterste ofwel het derde zijraam kon aanvankelijk, net als de eerste twee zijramen, worden opengedraaid, maar werd in 1972 vervangen door een uitklapraam. Die achterste ramen zitten namelijk niet in de portieren en dat gaf problemen met de afwatering. Na verloop van tijd kwam het regenwater door het plaatwerk naar buiten. Het gerucht gaat dat de koninklijke klanten het betreurden omdat het publiek hen zo minder goed kon zien wuiven. Tegelijkertijd werd als bezuiniging de hoeveelheid houtwerk in het interieur met de helft teruggebracht. Aanvankelijk kon men bij de limousine uit zes kleuren kiezen: Embassy Black (de meest verkochte), Carlton Grey (donkergrijs), lichtgrijs, licht- en donkergroen en maroon. De bekleding was aanvankelijk in zwart, grijsblauw, bruin, of maroon leer, of in beige ‘West of England’ wol. In latere jaren werd het kleurenpalet veel groter. Maar vanaf het allereerste begin kom je in de verkoopboeken tegen dat klanten een eigen kleur kozen. De meest populaire combinaties door de jaren heen waren zwart voor het exterieur en voor het interieur ofwel grijsblauw leer ofwel zwart leer op de voorbank en beige wol op de achterbank. ‘West of England’ wol werd als chiquer beschouwd dan leer.

Voor wie dit allemaal nog niet genoeg informatie is over dit bijzondere Britse voertuig, de Daimler DS420 raad ik de website www.myDS420.info van Hendrik-Jan Thomassen aan. Hij is naar mijn idee een van de beste experts in de wereld op het gebied van de laatste Daimler limousine.