menu sluiten

SS Sidecar

SS Sidecar

Datum: 2019   I  Tekst: Lo Bour   I  Fotografie: Guido de Visser

Blackpool Blues

Het bedrijf waarmee de prille basis werd gelegd voor wat later Jaguar zou worden werd in 1922 door William Lyons en William Walmsley opgericht. De beide heren gaven het de naam ‘The Swallow Sidecar Company’ die was gevestigd in Blackpool,  aan de Ierse Zee nabij het industriële hart van het toen nog immense Britse Rijk.

In 1921 was Walmsley in Blackpool komen wonen en had daar een bedrijf voor de productie van Norton motoren waar hij af en toe een zijspan produceerde die hij “Swallow” noemde. William Lyons, zoon van een pianostemmer, had voor zichzelf een minder saai bestaan in gedachten en was rond zijn 20ste al een fervent motor liefhebber, waarbij hij rondscheurde op een Harley Davidson. De Harley die aan het begin van de tijdlijn stond was daar dus weer getuige van. Het bedrijf van Walmsley aan de overkant van de straat was voor Lyons niet onopgemerkt gebleven.

Het zijspan had de vorm van een R34 Zeppelin en sprak zeer tot de verbeelding van de jonge William. Om zijn motorhobby te bekostigen waren er  inkomsten nodig en William wist Walmsley zo ver te krijgen een heus bedrijf te starten, waarbij de “Swallow Sidecar” een centrale rol zou gaan spelen. De productie van zijspannen nam al snel toe en in 1926 verhuisde het bedrijf naar een grotere locatie in Cocker Street.

Hier was voldoende ruimte om koetsen te bouwen voor bestaande chassis’s.

De naam werd:The Swallow Sidecar and Coach Building Company.”

In mei 1927 verscheen de eerste Austin Seven Swallow open tweezitter. In het licht van deze historische gebeurtenissen was het voor de redactie van de Jaguar Gazette een uitgelezen moment om een bezoek te brengen aan de eigenaar van deze motor-zijspan combinatie, Bert Ziengs. Hiervoor togen we naar Assen en aan het begin van een immense hal, gevuld met een prachtige verzameling Jaguars, stond daar de Britse creatie uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Het Zeppelin zijspan was duidelijk gemaakt voor niet al te grote personen, maar voor onze fotograaf Guido, die er voor de gelegenheid in moest gaan zitten, paste de zijspan als gegoten. We inspecteren het apparaat en zien dat het zijspan professioneel van vering is voorzien met aan de achterkant een aantal gebogen bladveren en aan de voorkant spiraalveren.  Op de zwarte voorpunt staat met  schuin geschreven gouden letters “Swallow”. Opvallend aan het “Swallow” zijspan is het met een puntige aluminium plaat afgedekt spaakwiel.

Waarschijnlijk is dit niet gemaakt om de aerodynamica van het wiel te verbeteren maar eerder om de passagier tegen opspattend water te beschermen. De Norton motor die dit alles moet voortbewegen en vanaf 1921 werd gemaakt voor de Britse koloniën, is van het type 16H 4,90 pk Sports Norton.

Deze luchtgekoelde een-pitter zal ons vooruit moeten bewegen.  De eigenaar  waarschuwt voor rondspattende olie afkomstig uit het motorblok. Gelukkig zullen onregelmatigheden in het wegdek worden opgevangen door een indertijd gepatenteerde achter schokdemper die gemonteerd is op deze in die tijd onterecht betitelde “poor man’s” Norton. Op het moment dat ik op het zadel ga zitten en het stuur verdraai, blijkt dat de draaicirkel nogal ruim is. “Ga vooral niet te snel de bochten om” waarschuwt Bert ons bovendien, “want het ding slaat vrij snel om”. Een gewaarschuwde redacteur geldt voor twee, maar Guido en ik laten ons daardoor niet uit het veld slaan. Met een geleend leren hoofddeksel, een motorbril en een sjaal tegen de striemende kou trek ik de stoute schoenen aan. Uiteraard ben ik gekleed in een net pak met chique leren schoenen, zoals dat past bij een Engelse ondernemer. Guido zet een bijpassende hoed op en verschanst zich in het zijspan,  gekleed in Britse kleding passend bij de jaren 1920. Het wordt me al snel duidelijk dat niet alle remmen even goed werken. “Dat wordt dus remmen op de motor” zegt Bert. Een knopje op het stuur lijkt herkenbaar als handgas. Dit apparaat is uit een tijd dat motorrijden nog een werkwoord was. Het aluminium gegoten plaatje op het achterspatbord is duidelijk genoeg: “Keep of my Tail”. Het logo op de Lucas koplamp met het opschrift “King of the Road” geeft je daarentegen weer bijzonder veel zelfvertrouwen.

Het ritje door de oude straatjes van Assen  is uiteindelijk goed op de gevoelige plaat vastgelegd. Op de hoek van een straat met een redelijk flauwe bocht heeft de camera van Guido ons beiden voor het nageslacht vastgelegd, in de hoop dat we door Jaguar Landrover niet van plagiaat zullen worden beschuldigd. Het lijkt me eerlijk gezegd onwaarschijnlijk want de reeds lang bestaande zwart-wit foto met Walmsley op het zadel van de Norton en Lyons veilig in de “Swallow” zijspan is een stuk authentieker.

Met deze Norton Swallow wordt dus het prille begin van Jaguar gemarkeerd. Een begin dat nog wel eens over het hoofd wordt gezien, want voor velen is Jaguar eigenlijk het bedrijf dat na de tweede wereldoorlog een enorme groei doormaakte en voorgoed in de wereld zijn naam vestigde als een eigenzinnig automerk met sportieve en luxueuze auto’s. Het bedrijf kende tussen de twee wereldoorlogen een ruime aanloop met zeer verdienstelijke automobielen. De naam van het bedrijf werd daarbij meerdere malen veranderd zoals boven aangegeven. In 1932 werd het nog eens omgedoopt tot SS Cars. Uiteraard is deze naam na de oorlog weer veranderd in Jaguar Cars, afgeleid van de naam aanduiding van hun vooroorlogse saloons.

Rest mij nog verslag te doen van de periode van 1927 tot en met 1932 waarin de eerste S.S. wagen op de markt verscheen. De Austin Seven Swallow van 1927 trok onmiddellijke de aandacht van autodealers uit Londen, namelijk Bertie Henly en Frank Hough (later Henlys genoemd). Beide heren verworven in januari 1928 de exclusieve rechten om de “Swallow” te verhandelen in Zuid- Engeland door een order van 500 wagens te plaatsen, waarbij ze een korting bedongen van 26%. Op Cocker Street brak de hel los door deze deal met Henlys, want de productie moest van 12 auto’s per dag omhoog naar 20/dag.

Daarbij werden er ook nog eens 100 zijspannen gemaakt.  De oplossing kwam in november 1928 door een verhuizing naar de Midlands naar Foleshill in Coventry, midden tussen de producenten en toeleveranciers van chassis’s en onderdelen.

Het gebied bleek tegelijk een belangrijke bron voor deskundig personeel.

De fabriek slaagde erin de productie van 20 wagens per dag te halen hetgeen resulteerde in een totale output van 1000 wagens per jaar. De Austin Seven Swallows verkochten tot ergernis van Austin Seven veel beter dan hun eigen wagens en zij hadden bovendien problemen om al deze chassis’s voor Lyons te produceren. Gezocht werd daarom naar andere chassis’s, hetgeen leidde tot de bouw van koetsen op chassis’s van FIAT en Swift. Het was ook in deze tijd dat voor het eerst Lyons koos voor chassis’s van Standard. Al deze nieuwe modellen waren te zien op de Motor Show van 1929.  In 1930-1931 begon The Swallow Coachbuilding Company (let op verkorte naam) koetsen te plaatsen op een Wolseley Hornet chassis. Lyons bleef voortdurend naar nieuwe mogelijkheden zoeken voor verzelfstandiging van zijn bedrijf. In 1931 sloot hij een overeenkomst met Captain John Black van de Standard Company. Black en Lyons kwamen overeen dat Standard een speciaal 6 cilinder chassis zou bouwen passend bij de eisen voor de koetsen van Swallow.  Lyons wilde met deze overeenkomst een wagen creëren die lager was dan normaal. De plaatsing van de motor moest veranderd, de ophanging verlaagd, wat weer speciale eisen stelde aan het chassis. Uiteindelijk kwamen uit deze overeenkomst de eerste S.S. I en S.S. II voort.  Er is altijd onduidelijkheid geweest over de betekenis van de afkorting S.S., maar dat het te maken had met deze deal tussen Standard en Swallow lijkt wel duidelijk.

Het verlagen van de S.S. wagens werd voor Lyons een soort obsessie, waardoor ze uiteindelijk onpraktisch werden. Je zou er moeilijk in en uit kunnen stappen en het was niet handig om er in te rijden. Tijdens een ziekte van Lyons, hij werd geopereerd aan een blinde darm, veranderde Walmsley het ontwerp zodat er een hoger dak kwam met meer ruimte voor bestuurder en passagiers. Toen Lyons na herstel het nieuwe model zag was hij des duivels, maar er was geen tijd meer om het te veranderen voor de nieuwe Motor Show van 1931 in Olympia. Het nieuwste ontwerp van de S.S. wagens maakte veel los en de fabriek adverteerde met: “Wait! The ‘S.S.’ is coming – 2 New Coupés of Surpassing Beauty …. It’s something utterly new….. different …. better! Long … low … very low … and very FAST!”  In 10 jaar tijd had het bedrijf van Lyons en Walmsley een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt, waarbij het van een garage die een aantal zijspannen produceerde uitgegroeid was tot een heuse autofabriek met spraak makende modellen.