menu sluiten

Jaguar Mk2

Jaguar Mk2 

Datum: 2019   I   Tekst: Lo Bour   I   Fotografie: Guido de Visser

V12 getemd in een Mk2

De Mk2 heeft een tijdloze aantrekkingskracht die nu nog net zo sterk is als tijdens zijn productie. De Mk2’s zijn in totaal tien jaar geproduceerd en zelfs toen was het nog moeilijk om er afscheid van te nemen. Veel clubleden zijn tegenwoordig in het bezit van deze tijdloze sportieve saloon. Er is door de jaren heen al veel geschreven over deze ‘kleine’ Jaguar saloon, zeker omdat hij in veel opzichten een belichaming is van wat bij Jaguar hoort. In dit verhaal hebben we het over een wel zeer speciale modificatie van deze sportieve saloon: waarschijnlijk de enige ter wereld rijdende Mk2 met een Jaguar V12 blok.

De Mk2 werd geïntroduceerd in oktober 1959 op de London Motor Show. Korte tijd later volgde Amerika met een introductie op de New York Motor Show met een exemplaar voorzien van gold plated chroomwerk. De Mk2 positioneerde het merk Jaguar uitstekend tijdens de roerige jaren zestig. Het was de ideale auto voor iedereen. Voor de huisvader die comfort en stijl zocht, als ook voor de zakenman die prestige en kwaliteit wenste.  Het was zelfs een prima alternatief voor de sportieve man die uit zijn sportwagen was gegroeid.

Alhoewel het een ‘kleine’ saloon was, had hij nog steeds de uitstraling van een Jaguar saloon met een prachtige grille, afgeleid van die van de XK150, tail-lampen op de spatborden en een fraai dashboard met een instrumentenindeling zoals bij de E-type, maar dan in een walnotenhouten dashboard verwerkt. De spoorbreedte van de achteras was zodanig geconstrueerd dat hij voor een goede stabiliteit zorgde. Mk2’s werden geleverd met een automaat of een overdrive en met de krachtige XK-motor. De totale Mk2-lijn werd uiteindelijk zo’n succes dat er in 10 jaar zo’n 90.000 van verkocht werden. Parallel aan de Mk2 werd vanaf 1967 de Daimler V8 250 geproduceerd, die qua uiterlijk met een Daimler gril en een V8 Daimler motor praktisch hetzelfde was. In 1967 introduceerde Jaguar nog de goedkopere Mk2 versie in de vorm van de 240 en 340, die tot 1969 zijn gemaakt. De productie van de oorspronkelijke Mk2 was in 1968 al gestopt.

Voor dit verhaal leidt ons pad naar Zevenaar waar Tonnie Claes woont met zijn vrouw Ria. Tonnie is van beroep automonteur en al heel jong ging hij bij zijn oom in de garage mee helpen. Tonnie wilde vervolgens de wereld verkennen en op 23-jarige leeftijd trok hij op zijn eentje eerst naar Tasmanië, waar hij werkte bij Mercedes, in Melbourne, vervolgens in Sydney en vandaar is hij met een Morris Minor naar Perth gereden, 4000 km westwaarts en daar heeft hij weer een nieuwe baan gezocht. Op een gegeven moment had Tonnie de keus, òf bij zijn oude baas in Sydney gaan werken òf weer terug naar Nederland, waar een garageruimte te koop stond in Zevenaar. Het is uiteindelijk het laatste geworden. Het was toen 1971.

Tonnie zit dus al heel lang in het vak en zo is hij op een gegeven moment in aanraking gekomen met Jaguar. Het eerste contact ontstond via een klant. Later vestigde de dochter van een kennis, die in Engeland woonde, zijn aandacht op een rechts gestuurde 340 3.4 Ltr. Hij heeft de Jaguar gekocht, vervolgens naar Nederland gereden, opgeknapt, RDW laten keuren en deze auto heeft hij nog steeds.

We zitten buiten tegen het huis, aan de koffie met een koekje, en als ik tijdens het gesprek zo over de tuin kijk valt mijn blik op een eigenaardig gebouwd vogelhuisje midden op het grasveld. Uit de standaard steken op regelmatige afstand zes zuigers. Tot mijn verbazing zitten deze aan een krukas, die onderdeel uitmaakt van de standaard. Als ik daar een opmerking over maak, begint Tonnie mij uit te leggen dat hij nog veel meer van dit soort tuinobjecten heeft. Zo wijst hij me op een aantal bloembakken, weelderig gevuld met violen en primula’s.  Het blijkt dat de bloembakken gewoon aluminium carterpannen van Jaguars zijn. Daarmee is het nog niet klaar. Verschillende kleppendeksels van V12’s zijn gevuld met vetplantjes, verderop is een steun van een afdak gedeeltelijk van een XK-krukas met uitstekende zuigers. Een houten tafel verkrijgt zijn stevigheid door rood geschilderde nokkenassen van een V12.

Tonnie wijst mij op een plastiek gemaakt van steeksleutels en tangen met een afmeting van ongeveer 0,5 m x 1,7 m dat aan de dakgoot van de schuur hangt. Hij legt mij uit dat hij het zonde vond om allerlei gebruikte onderdelen weg te gooien en er daarom maar verschillende gebruiksvoorwerpen van gemaakt heeft. Als laatste laat hij mij een wandklok zien, gemaakt van 12 zwart geanodiseerde zuigerstangen van twee Jaguar zescilinders met op de uiteinden 12 bougies en in het midden wat tandraderen van de distributieketting en daarop weer een elektrisch klokje bevestigd met mooie lange rode wijzers. Binnen in de keuken hangt een tweede wandklok en deze is opgebouwd met 12 zwart geanodiseerde drijfstangen van een V12 met in het midden het tandrad voor de aandrijving van de startmotor. Voor het laatste pronkstuk word ik naar de huiskamer geleid en daar is een tafel geconstrueerd van een mooi gepolijst V12 motorblok.

De 12 zuigers zijn vast gelast aan de bovenkant van het blok en ondersteunen een dikke glazen plaat, zodat duidelijk te zien is dat deze tafel niet eenvoudig te verplaatsen is.

We komen inmiddels toe aan de aanleiding voor dit verhaal, namelijk een Mk2 uitgerust met een heuse Jaguar V12 motor. De body van deze combinatie, zo vertelt Tonnie, stamt van een Daimler V8 uit 1968. In dat jaar naderde de V12 al wel zijn voltooiing, maar was nog niet helemaal klaar voor productie. Bovendien was er, op de 420G na, eigenlijk geen enkele Jaguar in 1968 waar een V12 blok inpaste. De XJ-motorruimte was er wel groot genoeg voor, maar de XJ12 zou pas in 1972 op de markt komen en de E-type series 3, uitkomend in 1970, moesten ervoor aangepast worden. Voor Tonnie Claes waren er andere overwegingen. Zo’n 10 jaar geleden kon hij een losse carrosserie van een Daimler V8 op de kop tikken en hij had nog ergens een V12 blok liggen. Zoals eerder al is gebleken tijdens ons gesprek, is Tonnie niet iemand die graag dingen weggooit. Dus kwam hij op het idee om te kijken of dat V12 blok met wat aanpassingen in de Daimler carrosserie te wurmen was. Stel je voor, de ultieme sport saloon uitgerust met de ultieme Jaguar motor! Er was bovendien niemand die zoiets ooit geprobeerd heeft. Als dat ging lukken, dacht Tonnie, zou William Lyons zich omdraaien in zijn graf.

Mijn eerste vraag betreft de koeling. Een V12 blok produceert een grote hoeveelheid warmte en daarvoor is een immense radiator nodig met een permanent draaiende grote koelfan, aangedreven door de motor, met daarbij ook nog een elektrische fan als extra ondersteuning. Daarvoor leek mij absoluut geen plaats in de taps toelopende punt van de Mk2. Tonnie legt mij uit dat hij daarvoor een speciale aluminium radiator heeft laten maken, waarbij de door de motor aangedreven koelfan een grotere snelheid krijgt. Verder heeft hij in plaats van één, drie elektrische koelfans in het vooronder geplaatst. Ook moest er nog plaats gemaakt worden voor de oliekoeler van het V12 blok en de oliekoeling van de GM400 automatische transmissie.

Diverse aanpassingen waren er uiteraard nodig aan de body. Verschillende delen in de motorruimte en rond de tunnel van de versnellingsbak moesten uitgeslepen worden. Vóór moest de ophanging verstevigd worden en achter stijver gemaakt. De schijven zowel vóór als achter werden uitgevoerd met dubbele klauwen om het remvermogen te vergroten. De pedalen vereisten aanpassingen omdat er alleen nog maar een rem en een gaspedaal overbleef.

Tonnie had gekozen voor de carburateurversie van de V12 en daar heeft hij wel veel aanpassingen aan moeten doen. Bij openen van de motorkap vallen direct 4 stevig dikke pijpen op, die gemonteerd zijn boven op het blok. Twee zijn ervoor om via een extra elektrische fan de zo noodzakelijke koellucht te transporteren naar de carburateurs, want warmte stijgt naar boven en geeft dus zonder koeling een ontoelaatbare opwarming van de 4 SU’s. De andere twee pijpen aan de zijkant zorgen voor extra luchtaanvoer voor de cilinders aan de schutbord kant.

Ze lopen over een door Tonnie zelfontworpen inlaatspruitstuk.

Aanpassingen aan het uitlaatspruitstuk zelf waren uiteraard ook noodzakelijk. Pijpen met een grotere diameter werden gebruikt, die vervolgens ovaal geslagen werden omdat ze anders niet langs het blok naar beneden pasten. De 12 uitlaatpoorten zijn uiteindelijk aangesloten op 4 spruitstukken die, ieder met een enkele demper, aan een naar achterlopende uitlaat verbonden zijn. Aan iedere zijde dus twee uitlaten. Dit ontwerp doet niet onder voor de huidige F-Type met V8 motor. Als we later gaan rijden geeft deze constructie een aardig diepe luidruchtige roffel, die boven de 2000 toeren zonder meer opwindend genoemd kan worden.

Tonnie is een perfectionist. Dat blijkt direct als je de auto instapt. Op een paar herkenbare Smith meters na, is het dashboard veranderd in iets wat een vrij grote gelijkenis vertoont met het dashboard van een Boeing 747. Alleen de hoogtemeter ontbreekt, maar de versnellingspook van de automaat zou zomaar door kunnen gaan voor de gashendel van vier Rolls Royce straalmotoren. Op de plaats waar een radio hoort te zitten zijn een zeven-tal schakelaars verschenen met aan weerszijde twee controle lampjes met een prachtige V12 badge erboven. De linker asbak van de middenconsole is  omgetoverd tot een controlepaneeltje met een schakelaar en drie lampjes.  Vooraan op het middenconsole tussen de asbakken zitten twee schakelaars en een lampje. De functie van al dit moois is mij, ondanks de uitgebreide uitleg, ontgaan. Wat ik wèl heb onthouden is de functie van een ander paneeltje met een digitaal display en links en rechts twee grote tuimelschakelaars. Het geheel is precies achter de versnellingspook gemonteerd en tijdens het rijden door de bestuurder goed te bedienen en uit te lezen. Wat heeft Tonnie hier gedaan? Aan de vier uitlaatspruitstukken van de V12 zijn 4 lambda sensoren gemonteerd. Met dit paneeltje kan Tonnie deze uitlezen en de mengselverhouding van ieder van de vier carburateurs achterhalen. Deze controle moet met name gebeuren als de motor is warmgelopen en kan bovendien enigszins variëren met het toerental, dus vandaar deze monitoring van de lambda sensoren.

De ruimte ontbreekt mij hier ten ene male om elke aanpassing in verdere details te bespreken. Om bijvoorbeeld nog maar eens wat te noemen, zo heeft Tonnie een controlelampje gemonteerd dat aangeeft of de remlichten het wel doen, en een speciale voorziening aangebracht aan de benzinetoevoer die ervoor moet zorgen dat de motorruimte niet pardoes volloopt met benzine.

Tenslotte namen we de proef op de som en Tonnie startte, na de bediening van een aantal tuimelschakelaars, de V12 motor. Een sonoor gebrom vulde de garage en langzaam schoof de Mk2 van de brug af. Door het gebrom van de motor heen waren nu ook de al reeds ingeschakelde elektrische fans te horen. We reden naar een afgelegen weggetje om onze fotoshoot te maken. Dit betekende voor de Mk2 regelmatig stilstaan met draaiende motor en dat bij een buitentemperatuur van tegen de 30 graden.

Alles bij elkaar een uitstekende testcase voor de temperatuurhuishouding van het geheel. Van oververhitting is geen moment sprake geweest.

Op verzoek, maar dan weliswaar bij wijze van hoge uitzondering, kreeg ik toestemming om achter het stuur plaats te nemen. Ik ging ervan uit dat Tonnie alle schakelaartjes al in de goede stand had staan en dat ik eigenlijk alleen maar gas hoefde te geven te remmen en te sturen. Dat laatste ging overigens voortreffelijk want de stuurbekrachtiging was bijzonder direct en stevig.  Remmen ging op zich wel goed, maar deze pakte pas als het rempedaal wat verder werd ingedrukt. Daarom was ik in eerste instantie uiterst voorzichtig met het gas, wetende dat deze V12 met een beetje meer benzine al heel erg levendig wordt. Later, op een veilig stuk rechte weg, bleek het bij wat steviger intrappen van het gas evident, dat dit een Mk2 was met een enorm vermogen. Tonnie gaf toe dat hij zelf nog nooit ‘flat out’ gereden had, maar ik denk dat hij dan toch zeker eerst de hoogtemeter had moeten monteren!

In de afgelopen jaren heeft Tonnie een beroep gedaan op de deskundigheid van verschillende bedrijven en personen, die hij allen zeer erkentelijk is. Dat zijn de firma Hartgers uit Zutphen die zorg droeg voor de radiator; Jan de Reus uit Zevenaar voor het draai- en freeswerk; Silvio Mulder uit Loil voor de bekleding, de hemel en de vloerbedekking; Wiba Bolk uit Zevenaar voor het aluminium plaat- en laswerk; Theo Staring uit Zevenaar voor het inwendige laswerk aan de carrosserie; Rendie Scheerder uit Zevenaar, die de carrosserie heeft gespoten, Jan Ros uit Didam die de bekleding van dashboard en deuren heeft gedaan; John Volman voor de elektronica, en hij is tevens de enige die net als Tonnie weet hoe je de Mk2 moet starten. Verder hielp Jan Jansen van de firma Catapult uit Doetinchem met de uitlaat en via Harrie Elzinga uit Gorssel kwam Tonnie voor een zacht prijsje aan de carrosserie, die gekocht werd bij de Jong in Vorden.

Een fantastisch project kun je dit dus wel noemen en voor zover ik het kan nagaan is dit de enige Mk2 uitgevoerd met een Jaguar V12, een getemde weliswaar, want dat heeft Tonnie subtiel aangegeven door zijn leaper voor de zekerheid nog extra met een klein halsbandje aan de motorkap vast te maken.